Ede ligt op zand aan de westrand van de Veluwe, en dat is arme grond. Die arme grond is de reden dat de oudste boom hier geen boom in de gewone zin is. Het is een eikenstoof: een stronk die eeuwenlang telkens tot op de grond is afgezet en elke keer een nieuwe krans stammen opschoot, zodat wat overblijft de voet is, breed en laag en ouder dan welke stam erop ook. Daaromheen staan een kasteel met twee eiken, een beuk met een eigen naam in het Edese bos en een eik in een nationaal park.
0 / 7 bezocht in EdeBekijk je hele collectie
Wintereik (Quercus petraea) · 226-276 jaar · Ederbos
Dit is geen boomstam. Het is een voet, breed en laag, met een krans stammen die eruit omhoog staan, en het is het oudste levende ding in Ede.
Hakhout is wat mensen duizend jaar lang met eiken op arme zandgrond deden, omdat het van een trage boom een oogst maakt die steeds terugkomt. Zaag een eik af tot op de grond en hij gaat niet dood: uit de stronk schiet een dichte krans nieuwe loten op, die tien of twintig jaar later opnieuw worden geoogst voor brandhout, afrasteringen, houtskool en schors voor de looierij. Herhaal dat eeuwenlang en de stronk groeit uit tot een laag, rond platform van oud hout, soms twee of drie meter breed, met een holle kern waar de oorspronkelijke stam is weggerot.
De leeftijd zit dus in de voet. De stammen die je ziet zijn jong. Waar ze op staan is misschien twintig keer afgezet en weer uitgelopen.
Dit bos staat op topografische kaarten van 1830 tot 1850. In de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw werd het doorgeplant met naaldbomen, en op sommige percelen en langs sommige paden bleven de oude eikenstoven gespaard. Dit is de grootste daarvan, in een rij langs een pad.
Kom in de winter, dan zie je de vorm van de voet.
Zomereik (Quercus robur) · ~190 jaar · Hoekelum
Hier staan twee eiken van dezelfde leeftijd, en ze zijn het waard om samen te bekijken, want samen laten ze zien wat open ruimte met een boom doet.
Dit is de eik naast het huis. Hij groeide op vlak bij gebouwen, met bebouwing en andere beplanting aan minstens één kant, en deed dus wat een ingeklemde boom doet: omhoog in plaats van opzij, een smallere kroon, en al vroeg zijn onderste takken kwijt. De andere, in de weide ervoor, had niets in de buurt en groeide juist breed uit.
Dezelfde soort, dezelfde plantperiode van 1830 tot 1840, vrijwel zeker hetzelfde oorspronkelijke ontwerp. Totaal verschillende vormen, en het enige verschil is hoeveel ruimte elk van de twee kreeg.
Dat is nuttiger om op te letten dan het klinkt, want zo lees je elke oude boom. Een brede, lage kroon met zware horizontale takken betekent dat de boom in het open veld opgroeide, ook als er sindsdien een bos omheen is gekomen. Een hoge, rechte stam zonder lage takken betekent concurrentie.
Kasteel Hoekelum ligt aan de Edeseweg tussen Ede en Bennekom, en het terrein staat in het landelijk register als bezoekbaar.
Zomereik (Quercus robur) · ~190 jaar · Hoekelum
Een eik die in zijn eentje in een weiland staat, is een van de betrouwbaarste genoegens die dit land te bieden heeft, en hij staat er bijna altijd met opzet.
Solitaire veldbomen werden gespaard of geplant om redenen die niets met uiterlijk te maken hadden. Schaduw voor het vee, een merkteken op een grens, een vast punt in een landschap waar er weinig van waren. Wat ze opleveren is een vorm die geen bosboom ooit krijgt: zware takken die laag uit de stam vertrekken en horizontaal uitlopen zo ver als het hout kan dragen, een kroon die veel breder is dan de boom hoog is, en open grond eronder.
Deze heeft die ruimte sinds ongeveer 1830 tot 1840, in de weide voor Kasteel Hoekelum, terwijl zijn tweeling vlak bij het huis staat en er juist daardoor heel anders uitziet.
Een vrijstaande eik van bijna tweehonderd jaar is ook een klein ecosysteem op zich. Oude eiken dragen meer soorten die van ze afhankelijk zijn dan welke andere boom in Noord-Europa ook, enkele honderden, de meeste in het dode hout en de spleten. De waarde zit dus in de delen die er verwaarloosd uitzien.
Ga bij lage winterzon, als het hele geraamte vanaf de weg te zien is.

Beuk (Fagus sylvatica) · ~200 jaar · Edese bos
Iemand noemde deze boom Marjan, en die naam belandde in het landelijk register.
Dat is iets kleins, en het is niet niks. Bijna elke vermelding in dat register is een soort en een adres. Een handvol draagt een naam, en een naam betekent een mens: iemand hier kende deze beuk goed genoeg om hem een naam te geven, gebruikte die vaak genoeg dat anderen het ook gingen doen, en uiteindelijk kwam hij op een officieel formulier terecht.
De boom zelf is een beuk van ongeveer tweehonderd jaar in het Edese bos, ten noorden van de N224, en juist die leeftijd is in dit landschap het interessante. Tweehonderd jaar geleden was een groot deel van de Veluwe open stuifzand, en de bossen rond Ede zijn grotendeels een schepping van de negentiende en twintigste eeuw, aangeplant om de grond vast te leggen en hout te telen. Een beuk uit de jaren 1820 stamt uit het allereerste begin daarvan.
Op papier is de beuk ook de verkeerde boom voor deze grond. Hij wil vocht en doet het slecht op droog zand, dus een grote oude beuk hier heeft een beter plekje gevonden dan zijn buren.
Gebruik je hand. Die bast is het gladste in het hele bos.
Foto: Henk Monster (CC BY 3.0)
Mammoetboom (Sequoiadendron giganteum) · ~140 jaar · Centrum
Een boom uit de Sierra Nevada, in de jaren 1880 geplant in een Gelders dorp, staat nu naast een brandweerkazerne.
De mammoetboom was de statusboom van zijn tijd. In 1853 in Europa geïntroduceerd, dertig jaar later nog altijd duur, en onmiskenbaar uitheems in een landschap van eik en den, en dat was precies de bedoeling. Wie deze boom plantte, zei daarmee iets over de grond waarop hij stond, en die grond was toen nog geen gemeentelijk plein.
Alles eromheen is sindsdien vervangen. De boom bleef, want een mammoetboom die in de jaren 1880 is geplant, haal je in de jaren 1950 niet meer zomaar weg, en nu is hij met afstand het oudste op het Burgemeester van Dijkeplein.
Druk eens tegen de bast. Dat is het allerbeste aan deze soort, en bijna niemand doet het. De bast is dik, zacht en vezelig, en je vuist zakt erin weg. Het is een aanpassing aan bosbranden: de buitenlaag verkoolt en isoleert, terwijl het levende weefsel eronder het overleeft. Niets anders dat je in een Nederlands centrum kunt aanraken, gedraagt zich zo.
Als we hem met rust laten, staat hij hier over duizend jaar nog.
Zomereik (Quercus robur) · ~160 jaar · Lunteren
Een dorpsstraat met een eik erin die ouder is dan de meeste huizen.
Lunteren is een Veluwedorp een paar kilometer ten noordwesten van Ede, en deze eik staat al aan de Dorpstraat sinds ergens tussen 1860 en 1870. Daarmee was hij er voordat de spoorlijn kwam, voordat het toerisme op gang kwam, en voor het grootste deel van de bebouwing die van een boerendorp een forensendorp maakte.
Een eik aan een dorpsstraat heeft een zwaarder leven dan een eik in een bos, en dat zie je er meestal ook aan: teruggesnoeid voor de weg en de leidingen, wortels onder de bestrating, en een scheve kroon die overhelt naar de open ruimte die er nog is. Dat is niet zozeer schade als onderhandeling, gevoerd over anderhalve eeuw, tak voor tak.
Het is ook het soort boom waar een dorp over steggelt. Elke generatie is er een reden om hem weg te halen, en tot nu toe heeft elke generatie besloten het niet te doen.
Ga aan de overkant staan in plaats van eronder. Vanaf de andere stoep zie je de hele vorm en lees je af waar de straat hem opzij heeft geduwd, en dat is het interessante deel.
Een dagje uit
Hoge Veluwe, 12 km ten noordoosten
Zomereik (Quercus robur) · ~170 jaar · Hoge Veluwe
Hij staat in een omheind nationaal park waar je moet betalen om te wandelen, en juist die twee dingen zijn de reden dat hij er goed bij staat.
De Hoge Veluwe is 55 vierkante kilometer zand, heide, stuifduinen en aangeplant bos, in de jaren 1910 bij elkaar gekocht door Anton en Helene Kröller-Müller en later aan de staat overgedragen. Het is omheind, het wordt beheerd, en het is een van de weinige landschappen in Nederland waar je een uur kunt lopen zonder het te verlaten. De Pampel is een plek in het noordwesten ervan, aan de Houtkampweg.
De eik valt in de plantperiode 1850 tot 1860, ruim voor de Kröller-Müllers, en hoort dus bij het landgoed- of boerenbos dat hier eerder stond. Op de Veluwe betekent dat meestal dat hij opgroeide op grond die bij mensenheugenis nog heide was, want veel van dit zand lag tot in de negentiende eeuw open en stoof, en werd pas daarna beplant.
Een eik die zich op arm zand vestigt, groeit langzaam en zet dicht hout aan, dus zijn stamomtrek doet hem jonger lijken dan hij is.
Ga in oktober, en laat de eikels de reden zijn. De wilde zwijnen en herten hier leven ervan.