De beste bomenwandeling van Gent is zo'n honderd meter lang. Een treurzilverlinde, een ginkgo en een gewone es staan samen in het Muinkpark, alle drie uit de eerste beplanting van grond die het Gentse natuurhistorische genootschap in 1851 kocht voor een dierentuin. De dierentuin verdween. De beplanting bleef. De rest waaiert vanuit dat park uit: een ongedateerde rode beuk midden op een rotonde in de Zuid, een plataan waar in 1883 een plein omheen kwam, twee jonge bomen geplant om te herdenken, en een dorpslinde in Massemen, boom van het jaar 2016.
0 / 8 bezocht in GentBekijk je hele collectie
Treurzilverlinde (Tilia tomentosa 'Pendula') · 150-185 jaar · Muinkpark
Deze linde werd geplant voor een dierentuin. In 1851 kocht het Gentse natuurhistorische genootschap 3,3 hectare weiland ten zuiden van de oude stad om er dieren op te houden, en volgens de Vlaamse erfgoedinventaris hoort deze treurzilverlinde bij de eerste generatie beplanting die samen met hen de grond in ging. De dierentuin is weg. De beplanting overleefde hem, en een stuk van dat terrein is nu het Muinkpark, een klein openbaar park in de universiteitswijk, waar nog drie van de oorspronkelijke bomen binnen zo'n honderd meter van elkaar staan.
Een treurzilverlinde is geen wilde boom. Het is een geënte cultivar van Tilia tomentosa, gekweekt om zijn takken terug naar de grond te sturen, zodat de kroon werkt als een koepel waar je onderdoor loopt en niet als een bladerdak waar je onder staat. Het register geeft de stam meer dan drie meter omtrek. De bladeren zijn donkergroen aan de bovenkant en wit viltig aan de onderkant, waardoor de hele boom bleek wordt en flikkert zodra het waait, en daaraan herken je hem het makkelijkst tussen de es en de ginkgo in de buurt.
Wat het register geeft is een generatie en geen jaartal, dus de leeftijd hier is een bandbreedte rond anderhalve eeuw en geen meting. Niemand heeft zijn jaarringen geteld. Als er ergens een plantregister van het Muinkpark bestaat, zien we dat graag.

Ginkgo (Ginkgo biloba) · 150-185 jaar · Muinkpark
De Vlaamse erfgoedinventaris kent deze boom nog altijd onder zijn oude Nederlandse naam, Japanse notenboom, en zit daarmee twee keer mis. Ginkgo biloba komt uit China, en wat hij in de herfst laat vallen is een zaad, geen noot. De naam bleef toch hangen, en met de boom ging het ongeveer net zo. Hij hoort bij de eerste generatie beplanting van de grond die het Gentse natuurhistorische genootschap in 1851 kocht om er een dierentuin op te bouwen. De dierentuin verdween. De ginkgo bleef precies staan waar hij was neergezet, en het register noteert een stam van meer dan drie meter omtrek.
De ginkgo is de laatste overlevende soort van een orde die verder alleen uit fossielen bekend is, zonder naaste levende verwanten waar ook ter wereld, en het blad laat dat zien: een plat groen waaiertje met een inkeping in het midden, anders dan alles wat er verder in dit park groeit. Het grootste deel van het jaar is dat de enige reden om twee keer te kijken. Dan komt eind november, de hele kroon kleurt in één keer fel geel, houdt dat een week of zo vol, en valt bijna op één dag naar beneden.
Het register noemt een plantgeneratie en geen jaartal, dus de leeftijd is een marge en geen getal. Hij staat zo'n honderd meter van de es en de treurlinde die samen met hem de grond in gingen.
Foto: Geert Van der Linden (CC BY 4.0)
Gewone es (Fraxinus excelsior) · 150-185 jaar · Muinkpark
Europa raakt zijn essen kwijt, en juist daarom is een stam als deze de korte wandeling waard. Essentaksterfte, een schimmelziekte die uit Oost-Azië kwam en zich sinds de jaren negentig over het continent verspreidt, doodt jonge Fraxinus excelsior sneller dan de soort zichzelf kan vervangen. Deze meet meer dan drie meter omtrek en hoort bij de eerste generatie beplanting van het Muinkpark, de grond die het Gentse natuurhistorische genootschap in 1851 kocht en met dieren vulde. Het register noemt hem, de treurlinde en de ginkgo als drie overlevenden van dezelfde aanplant.
De es is de onopvallendste van de drie en verreweg de nuttigste. Het hout splijt zuiver en buigt zonder te knappen, en daarom maakte Europa er eeuwenlang gereedschapsstelen, wagenwielen en roeispanen van, en daarom heeft niemand er ooit een geplant voor het uitzicht. Hij is ook de laatste boom in een park die in blad komt en een van de eerste die het weer loslaat, dus een flink deel van het jaar kijk je naar kale grijze takken en harde zwarte knoppen terwijl alles eromheen al groen is.
De erfgoedinventaris dateert hem op een plantgeneratie en niet op een jaartal. Ruwweg anderhalve eeuw is de marge van het register zelf, niet de onze, en dichterbij is nog niemand gekomen.
Rode beuk (Fagus sylvatica f. purpurea) · Sint-Annaplein / Zuid
Deze beuk heeft een stam van 4,26 meter omtrek en geen geboortedag. Twee bronnen beschrijven hoe het plein eromheen werd beplant, en ze zijn het niet eens. De Vlaamse erfgoedinventaris noemt hem een imposante rode beuk centraal op het Sint-Annaplein en schrijft dat hij mogelijk nog van de oorspronkelijke aanleg stamt, het plein dat tussen 1841 en 1846 werd gebouwd naar een ontwerp van stadsarchitect Lodewijk Roelandt. Het register zwakt dat zelf al af, want het bewijs waarop het leunt is een luchtfoto uit 1952 en een foto van Albert Sugg uit 1953, die allebei laten zien dat het middenplantsoen toen al beplant was. Dat bewijst dat er bomen stonden, niet hoe oud deze boom is. Het Nederlandstalige Wikipedia-artikel over het plein meldt iets heel anders: kastanjes, hier geplant in 1869. Een kastanje is geen beuk, en 1869 is niet de jaren 1840.
Dus blijft het leeftijdsveld leeg. Geen van beide bronnen dateert deze ene beuk, en de aanleg van het plein koppelen aan de boom die erop staat zou een antwoord zijn dat niemand ooit gaf.
Aan de stam twijfelt niemand. Het Sint-Annaplein is nu een rotonde, met een groen midden waar je op kunt lopen en een Heilig Hartmonument voor de oorlogsdoden uit 1926, en de beuk houdt het midden ervan bezet, van de lente tot de bladval diep paarsbruin in het blad. Als een Gents plantregister de datum beslecht, zien we dat graag.
Hemelboom (Ailanthus altissima) · ~40 jaar · Lindenlei / Patershol area
Het monument naast deze boom is een tekening van zijn schaduw. De boom kwam eerst, geplant in 1988 op de parkstrook langs de Lindenlei; het monument volgde tien jaar later, ingehuldigd op 8 mei 1998, en de vloer is zwart graniet, gelegd in de vorm die de boom op de grond werpt. Daniel Dutrieux ontwierp het. In en rond die schaduw liggen een koperen dreidel van twee meter doorsnee, een davidster, granieten blokken met de namen van Joden die uit Gent werden gedeporteerd, en een Hebreeuws opschrift uit het eerste hoofdstuk van Klaagliederen.
Het monument is genoemd naar Michael Lustig, een rabbijn die in 1943 vlak bij deze plek werd opgepakt, samen met zijn vrouw en hun twee kinderen, en gedeporteerd. Sinds 1999 komen de stad en de Joodse gemeenschap van Gent hier elk jaar in november samen om de Kristallnacht te herdenken.
Niets daarvan maakt de boom oud, en hij staat ook niet op deze lijst om te doen alsof. Een hemelboom uit 1988 is jong, en Ailanthus altissima is geen soort die iemand plant voor de eeuwigheid: hij groeit snel, zaait zich overal in Europa uit in dakgoten en spoorbermen, en wordt meestal omgehakt lang voordat hij iets voorstelt. Deze werd met rust gelaten, groeide, en een beeldhouwer nam de vorm die hij op de stoep werpt en hakte die in steen.
Amerikaanse eik (Quercus rubra) · ~110 jaar · Wondelgem
Wondelgem plantte deze eik in 1920 en zette hem tussen de kerk en de steen met de namen van zijn doden. De Vlaamse erfgoedinventaris noemt hem een vredesboom, op de Vroonstalledries naast het oorlogsmonument, geplant twee jaar na de wapenstilstand, toen het dorp nog aan het tellen was wat de Eerste Wereldoorlog het had afgenomen.
Een dries is een dorpsplein, gemeenschappelijke grond die een parochie onverdeeld hield, en deze voelt nog altijd zo: omzoomd door een haag, aan alle kanten open, met langs één rand de zeventiende-eeuwse Sint-Catharinakerk en haar kerkhof. Tegen die haag staan de staties van een bedevaartsroute, neergezet in 1915 terwijl de oorlog nog volop liep, vijf jaar voordat iemand hier iets voor de vrede plantte.
De boom is een Amerikaanse eik, een soort die Europa toen al ruim een eeuw aanplantte. Hij groeit snel en hij kleurt, en dat is de enige belofte die deze pagina op een vaste datum kan doen: eind oktober wordt de hele kroon scharlakenrood en daarna roestbruin, en dat houdt hij twee weken vol.
Met iets meer dan honderd jaar is dit een van de jongere bomen op de lijst, en een van maar twee hier waarvan de leeftijd uit een document komt en niet uit een schatting. Wondelgem hoort bij Gent en ligt een paar kilometer ten noorden van het centrum.
Gewone plataan (Platanus x acerifolia) · Gent (Kunstenkwartier/Muinkparkwijk)
Vijf straten komen samen op het Prudens Van Duyseplein, en toen het plein in 1883 werd aangelegd, werd het rond deze plataan aangelegd. De boom is wat anders een verkeerseiland zou zijn. Hij heeft een rechte stam van zeven tot acht meter tot aan de eerste tak, en daarboven een kroon die op zijn breedst 28 tot 29 meter haalt, met een straal van elf.
Hij groeit aantoonbaar nog. De Vlaamse erfgoedinventaris noteerde 4,26 meter omtrek in 2006 en 4,49 in 2013, beide gemeten op anderhalve meter boven de grond: 23 centimeter nieuw hout in zeven jaar.
Wanneer hij werd geplant, heeft niemand vastgesteld. Er circuleert een jaartal, 1700, maar dat staat in geen enkele erfgoedbron, dus het eerlijke antwoord is dat deze boom ongedateerd is. Ken je een bron die het beslecht, laat het ons weten.
Wat wel vastligt is de bescherming, en die werkt twee kanten op. De plataan is sinds 5 november 2013 een monument op zich, en het plein eromheen is sinds april 1978 beschermd stadsgezicht. Plaatselijk is hij naar niemand genoemd. Het is gewoon de boom van het plein, en zo gaat het als een stad een kruispunt rond een plataan bouwt en hem daar vervolgens 140 jaar laat staan.
Een dagje uit
Massemen, 12 km ten zuidoosten

Zomerlinde (Tilia platyphyllos) · 378-440 jaar · Massemen (Wetteren), Province de Flandre-Orientale
In 2016 koos het land deze linde tot boom van het jaar, en de boom die hij naar de tweede plaats verwees is de duizendjarige eik van Lummen. De zomereik van Vollezele werd derde. De winnaar staat op het dorpsplein van Massemen en meet 7,19 meter omtrek onder een kroon van maar zo'n 12 meter hoog: een heel brede boom op een kort frame.
Zijn leeftijd komt uit een laboratorium en niet uit een gok. De Universiteit Gent dateerde hem in 2006 dendrochronologisch en kwam uit op 378 tot 440 jaar, wat het planten in de tweede helft van de zestiende eeuw of het allereerste begin van de zeventiende plaatst. De marge is breed omdat de methode dat nu eenmaal oplevert, en een netter getal is er niet. Hoe dan ook was het een volgroeide boom lang voordat België een land was.
Een ministerieel besluit van 1 februari 2001 beschermt de linde en het plein samen, als monument en als dorpsgezicht, dus de omgeving is net zo goed beschermd als de stam. De maten hierboven zijn uit 2007, dus de omtrek heeft bijna twintig jaar gehad om te veranderen.
Hij staat op het Dorpsplein midden in het dorp, vrij om omheen te lopen, en bussen van De Lijn rijden naar Massemen.
Foto: Roel Jacobs, Hugo Baeyens, Benedicte Vispoel (CC BY-SA 4.0)